Dollar krijgt verbale steun van Bundesbank
Door onze financieuml;le redactie 
AMSTERDAM, 22 JULI. De koers van de
dollar tegenover de mark kan de volgende maanden verder omhoog. Dit
heeft president Hans Tietmeyer van de Duitse centrale bank, de
Bundesbank, gisteren gezegd.
Tietmeyer deed zijn uitspraak naar aanleiding van de koersval die de
dollar vorige week dinsdag doormaakte. Toen kelderde de munt, in guldens
gerekend, in eacute;&eacute;n dag van 1,71 gulden naar 1,66 gulden, om
in de dagen daarna slechts gedeeltelijk terrein terug te winnen op
koersen rond 1,67 gulden.
In de eerste helft van dit jaar veerde de dollar op een niveau rondom
1,60 gulden (1,43 mark) tot boven 1,70 gulden (1,52 mark). ,,Ik zie geen
reden waarom de dollar niet weer de kracht kan bereiken die de munt de
laatste maanden had, of die zelfs kan overtreffen,'' zei Tietmeyer in
een vraaggesprek met de Duitse krant Handelsblatt. Vorige week
dinsdag, ten tijde van de nieuwe dollarval, liet de Bundesbank zich
ongebruikelijk openlijk uit over de mogelijkheid dat de Duitse
beleningsrente, het belangrijkste geldmarkttarief, nog verder naar
beneden kan vanaf het niveau van 3,3 procent waarop de Bundesbank het
tarief sinds februari handhaafde. Het bodemtarief van
de Bundesbank, het disconto, staat op 2,5 procent en het hoogste
noodtarief voor de geldmarkt, de Lombardrente, bedraagt 4,5 procent.
De verlaging van de beleningsrente kan er komende donderdag van komen,
wanneer de zentralbankrat van de Bundesbank voor de laatste maal
voacute;&oacute;r het zommereces van een maand over het monetaire
beleid vergadert. De groei van de geldhoeveelheid (M3) is de
belangrijkste maatstaf van de Bundesbank voor het monetaire beleid. De
vrijdag gepubliceerde groei van de geldhoeveelheid liet een geldgroei
zien van 9,6 procent in de maand juni. Dat is ver boven het streven van
de Bundesbank naar een geldgroei van 4 procent tot 7 procent, maar was
minder dan de geldgroei van 10,5 procent in mei.
Een lagere rente maakt het aanhouden van D-mark minder aantrekkelijk. De
dollar won vanmorgen nauwelijks aan kracht, en
noteerde 1,6718 gulden rond het middaguur tegen een Europees slot van
1,6685 op vrijdag.
Vanmorgen bevestigde de publicatie van de producentenprijzen in
Duitsland in juni het beeld dat de Bundesbank voorlopig niet rekent op
oplopende inflatie in Duitsland. De producentenprijzen (de prijzen die
de industrie betaalt voor grondstoffen en halffabrikaten) zakten met 0,2
procent ten opzichte van de voorgaande maand en met 0,8 procent
vergeleken met juni 1995.
Het voorlopige cijfer over de stijging van de consumenteprijzen in juni
bedraagt op jaarbasis 1,4 procent. Dat is het laagste inflatiecijfer
sinds de Duitse eenwording. De Amerikaanse dollar verzwakte vanmorgen
ook ten opzichte van de Japanse yen tot onder 108 yen per dollar.
Geruchten dat de Japanse centrale bank het disconto wil verhogen vanaf
het huidige peil van 0,5 procent speelden de dollar parten.
