Blankert wil meer opties voor personeel
Door een onzer redacteuren
DEN HAAG, 7 JUNI. De werkgeversorganisatie VNO-NCW wil de optieregeling
waarmee werkgevers personeel belonen, uitbreiden. Dat zei
VNO-NCW-voorzitter J. Blankert gisteren tijdens een persconferentie.
Blankert acht de optieregeling, waarmee managers een deel van hun
salaris in opties op aandelen krijgen uitbetaald, een ,,nuttig en
noodzakelijk winstafhankelijk beloningsinstrument''. Door het zeer
gunstige beursklimaat van de laatste jaren bleken managers forse
bedragen aan hun opties te kunnen verdienen. Reden waarom
minister-president Kok begin april dit jaar sprak van
,,exhibitionistische stijgingen van salarissen'' als gevolg van de
optieregelingen. Kok pleitte toen voor een belasting op de
vermogenswinsten die de opties opleveren.
Blankert ontweek gisteren de vraag of hij zich kan vinden in een
vermogensaanwasbelasting. Hij meent dat de kritiek op de optieregelingen
onterecht is, zeker nu de koersen zich inmiddels in een normaal tempo
ontwikkelen. Hij pleit voor een ,,transparante'' regeling waarbij in het
jaarverslag van de beursgenoteerde onderneming nauwgezet staat
aangegeven hoeveel opties aan het personeel zijn vergeven, wat de
looptijd ervan is en tegen welke bedragen opties zijn uitgeoefend.
De werkgeversvoorzitter drong er bij de aangesloten leden op aan enige
matiging in acht te nemen wat betreft de verstrekking van het aantal
opties. Die geven immers recht op een aandeel. Om aan de optie tegemoet
te komen kan een onderneming nieuwe aandelen uitgeven of ,,ingekochte
aandelen gebruiken'', zoals Blankert het formuleerde. De werkgevers
hebben een zeer sterke voorkeur voor het laatste, om zo
'kapitaalverwatering' tegen te gaan. Wanneer nieuwe aandelen moeten
worden geplaatst als gevolg van de optieregelingen, worden de uitstaande aandele
n minder waard waardoor uiteindelijk de
aandeelhouder het gelag betaalt.
Hoewel VNO-NCW het aantal beschikbare opties wil beperken, pleit het er
wel voor dat meer ,,personeels-lagen'' van de regeling gebruik kunnen
maken. Volgens Blankert zijn de optieregelingen bij uitstek de middelen
om het gehele personeel bij het reilen en zeilen van de onderneming
betrokken te krijgen. ,,Mensen raken gemotiveerd omdat hun belang in
overeenstemming wordt gebracht met het ondernemersbelang en met het
belang van de aandeelhouder'', aldus Blankert. ,,Bovendien wordt de
belangstelling van het personeel voor de beursontwikkeling vergroot.''
Om de lange-termijnbinding te vergroten, stellen de werkgevers voor de
maximale looptijd van vijf jaar die de fiscus nu nog toestaat om de
opties uit te oefenen te verlengen tot zeven  tien jaar. ,,Omdat het
resultaat van het management pas na langere tijd is te beoordelen
stellen we daarbij een wachttijd voordat de optie kan worden
uitgeoefend'', voegde Blankert eraan toe. Verder wil de
werkgeversvoorzitter ,,iedere schijn van handel met voorkennis
voorkomen'' door verkoop van de opties te verbieden rondom bepaalde
belangrijke bedrijfseconomische evenementen zoals de presentatie van
kwartaal- en jaarcijfers en dividendaankondigingen.
Blankert leverde kritiek op voorzitter H. Krul van de Industriebond FNV
die op zijn beurt kritiek heeft op de optieregeling. Krul: ,,Niet uit te
leggen in een periode van loonmatiging''.  
