Geldgebrek dreigt voor Wereldbank
Door onze redacteur HANS BUDDINGH
WASHINGTON, 30 APRIL. De inkomsten van de Wereldbank 
dreigen de komende
tien jaar tot de helft terug te lopen. Daardoor worden de mogelijkheden
voor hulp aan de arme landen beperkt. Minister Pronk
(Ontwikkelingssamenwerking) zegde de bank gisteren ruim 100 miljoen
gulden toe.
De waarschuwing dat de Wereldbank op termijn in acute financieuml;le
problemen dreigt te komen kwam gisteren van president James Wolfensohn
bij de afsluiting van de halfjaarlijkse ministersvergadering van de
Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds (IMF).
Volgens Wolfensohn wijzen landen te gemakkelijk naar de Wereldbank als
moet worden betaald voor hulp aan ontwikkelingslanden.
Zo draagt de Wereldbank 500 miljoen dollar bij aan het initiatief om de
schulden van de armste landen verminderen. Wolfensohn onderstreepte
overigens dat de stabiliteit van de bank geenszins in gevaar is. De
Wereldbank heeft de status triple-A, de hoogste status van
kredietwaardigheid.
De daling van het netto inkomen van de Werelbank wordt deels veroorzaakt
door het feit dat veel langlopende kredieten tegen hoge vaste rentes zo
langzamerhand zijn afbetaald. Voor de nieuwe kredieten gelden veelal
variabele en lagere rentes. In 1996 beliep het netto inkomen van de
Wereldbank 1,2 miljard dollar.
Het netto inkomen staat ook onder druk, doordat de Wereldbank voor
allerlei soorten technische hulp geen kosten rekent. Over eventuele
maatregelen is gisteren niet gesproken. ,,Het leek me een goed idee
duidelijk te maken dat we ernaar moeten kijken,'' aldus Wolfensohn na
afloop van de bijeenkomst van het Development Committee. Met de eigen
inkomsten worden onder meer de zeer goedkope leningen aan de armste
landen gefinancierd, die lopen via het zogenoemde IDA-loket.
Minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) stelde gisteren 54 miljoen
dollar (102 miljoen gulden) beschikbaar voor het schuldeninitiatief van
Wereldbank en Internationaal Monetair Fonds (IMF) voor de armste landen.
De Nederlandse regering wil hiervan 3,8 miljoen gulden bestemmen voor
Oeganda, dat in april 1998 als eerste van het schuldverlichtingsplan
gaat profiteren. Verder is 10 miljoen gulden uitgetrokken voor Bolivia,
dat op de nominatie staat schuldverlichting te krijgen. Het grootste
deel (41,8 miljoen gulden) gaat naar de Afrikaanse Ontwikkelingsbank.
Deze bank moet ook meedoen aan de schuldverlichting voor de armste
landen, maar kan de kosten hiervan zelf niet dragen. Daarnaast wil
Nederland geld beschikbaar stellen voor hulp aan landen die na een
positief besluit over schuldverlichting eerst nog een 'track record' van
goed economisch gedrag moeten laten zien.
Minister Pronk kritiseerde het feit dat verschillende landen opnieuw
naar de Wereldbank wijzen als degene die de Afrikaanse Ontwikkelingsbank
financieel moet bijstaan in het schuldeninitiatief. Hij noemde als
voorbeeld ook de kapitaalsuitbreiding van MIGA, het onderdeel van de
Wereldbank dat garanties verstrekt voor particuliere investeringen. ,,Ik
verbaas me dat landen die het belang van particuliere kapitaalstromen
naar ontwikkelingslanden preken, er zelf geen geld voor over hebben om
dat bevorderen.''
De Nederlandse bewindsman wees kritiek van particuliere hulporganisaties
als Oxfam (waartoe ook Novib behoort) af, als zou het schuldeninitiatief
voor de armste landen te traag worden uitgevoerd.
IMF-topman Camdessus zei dat tot nu toe een vijftigtal landen
financieuml;le toezeggingen heeft gedaan voor de financiering van het
schuldeninitiatief. Hieronder zijn ook ontwikkelingslanden als
Bangladesh, Botswana en Jamaica. Grote industrielanden hebben nog geen
concrete bedragen toegezegd. ,,Ik zal voor de derde keer in tien jaar de
wereld om geld moeten vragen.''
