Akkoord over fusie produktie elektriciteit
Door onze redacteur THEO WESTERWOUDT 
DEN HAAG, 17 JAN. De
elektriciteitssector is het eens over een fusie van de vier regionale
stroomproduktiebedrijven. In het Grootschalig Produktiebedrijf (GPB) dat
op korte termijn zal ontstaan is geen plaats meer voor provincies en
gemeenten als aandeelhouders.
De eigendom van het GPB komt volledig te liggen bij de 36 Nederlandse
energie-distributiebedrijven. Dit blijkt uit een notitie die oud-bankier
H. Langman en Rodamco-topman J. Kremers aan minister Wijers hebben
gestuurd. Wijers had Langman en Kremers als adviseurs aangezocht om de
fusie, die aanvankelijk veel weerstanden opriep, vorm te geven. Maar in
een brief die de minister gisteren van hen ontving zeggen ze dat hun
voorstellen onvoldoende steun van de aandeelhouders kregen. Vervolgens
heeft de elektriciteitssector zelf (producenten en distributiebedrijven)
een voorstel gedaan dat wegrave;l haalbaar is.
,,U zult moeten beoordelen of U deze oplossing acceptabel acht, en dat
moeten afwegen tegen het alternatief waarmee het GPB alleen met een
grote mate van dwang Uwerzijds verwezenlijkt kan worden'', aldus Langman
en Kremers in hun brief. Ze vragen zich overigens wel af of de fusie in
de nu gekozen opzet past in het Europese en Nederlandse
mededingingsbeleid. Ze adviseren Wijers niettemin op basis van het nu
ontstane model verder overleg te voeren.
De adviseurs schrijven dat er over het voorstel nog overleg moet worden
gevoerd met provincies en grote gemeenten in de Randstad die nu nog
aandeelhouders zijn van de stroomproduktiebedrijven EZH (Zuid-Holland)
en UNA (Utrecht en Amsterdam). Tot voor kort wilden die graag een greep
behouden op de stroomproduktie in verband met het nutskarakter ervan.
Volgens goed geiuml;nformeerde bronnen in de sector is er echter goed
en intensief gepraat met deze aandeelhouders en is steun van die kant te
verwachten.
Ook de distributiebedrijven PNEM (Noord-Brabant) en NUON
(Oost-Nederland), tot voor kort tegen de fusie gekant, hebben zich bij
het voorstel neergelegd. De partijen willen met de fusie een sterk
produktiebedrijf stichten dat minder kwetsbaar wordt voor overname door
buitenlandse concurrenten, die mogelijk wordt in een geliberaliseerde
Europese energiemarkt. Verder maken ze meer ruimte voor concurrentie,
zowel bij produktie als levering van stroom, met de nadruk op de
Europese markt. Daarin kan de sector sterker worden door de relatief
lage Nederlandse stroomtarieven.
