


Lubbers kent geen Franse deal ECB






Door onze redacteur ROEL JANSSEN 


DEN HAAG, 16 JAN. Bestaat er werkelijk
een geheime afspraak tussen Frankrijk en Duitsland om de Europese
Centrale Bank in Frankfurt te vestigen en een Fransman in 1999 als
eerste president van de ECB te benoemen? President Chirac claimt in de
Europese binnenkamers glashard dat in oktober 1993, op de top in Brussel
waar de zetelverdeling van een aantal Europese instellingen werd
geregeld, een dergelijke informele afspraak is gemaakt. Maar
bondskanselier Kohl heeft dit in kleine Europese kring ten stelligste
ontkend. Chirac, in 1993 nog niet gekozen, was niet op de top in Brussel
aanwezig.


Nederland was in Brussel in 1993 vertegenwoordigd door premier Lubbers.
Desgevraagd herinnert de oud-premier zich de gang van zaken. Een
Duits-Franse afspraak? Uitgesloten is zoiets nooit, maar Lubbers heeft
er geen enkele herinnering aan.

De vestigingsplaats van de ECB was al een struikelblok bij de
onderhandelingen over het verdrag van Maastricht. Nederland had
uiteindelijk negen puntjes opengelaten in het verdrag. Niet toevallig
paste daar Frankfurt in, maar ook Amsterdam. Want Nederland ijverde voor
Amsterdam als vestigingsplaats voor de toekomstige centrale bank van
Europa.

Maar de kans om Amsterdam door te drukken op de top in
Maastricht ging voorbij en op de volgende top, in Lissabon, kwam de
vestigingsplaats opnieuw aan de orde. Daar lag een plan ter tafel,
voorgesteld door de toenmalige voorzitter van de Europese Commissie
Delors en gesteund door de Portugese premier Cavaco Silva, om de ECB in
Bonn te vestigen. Dat plan werd door Frankrijk gesteund omdat Bonn op
afstand ligt van de Bundesbank, de Duitse centrale bank die in Frankfurt
staat.

De indruk bestond dat Kohl wel voor Bonn voelde. In Duitsland was juist
besloten de Bondsdag en de regering naar Berlijn te verplaatsen, dus in
Bonn zou veel leegstand komen. Lubbers schatte in dat Amsterdam geen
kans maakte en was bereid met dit voorstel mee te gaan. Het kwam hem
later nog op bittere kritiek van de Amsterdamse financieuml;le lobby
voor de ECB te staan.  Maar de Britse premier Major en
de Belgische premier Dehaene blokkeerden in Lissabon een akkoord over de
ECB en andere Europese instellingen. De zaak werd vooruitgeschoven en
kwam opnieuw aan de orde op een tussentop in Brussel, in oktober 1993.
De Duitse bereidheid om de ECB bij wijze van gebaar jegens Frankrijk in
Bonn te vestigen, was inmiddels verdwenen. Het moest Frankfurt worden.

Tot verrassing van Lubbers gingen de Fransen nu met Frankfurt akkoord.
Ook Major verklaarde het besluit niet langer te zullen blokkeren en
Nederland sloot zich hierbij aan. De Franse premier Balladur zei zelfs
dat hij Frankfurt een uitstekend idee vond.

Lubbers: ,,Ik herinner me dat John en ik elkaar aankeken en dachten:
nou, nou, nou, dat is wel een merkwaardig gedrag van de Fransen. Eerst
fel tegen Frankfurt en nu was het een uitstekend idee. Het klonk nogal
flemerig. Maar ik had absoluut niet de indruk dat er voor Balladur een
deal bij zat.''

Na afloop van de Brusselse top zei Lubbers op de persconferentie dat
Duisenberg gevraagd was om de eerste president van het Europees
Monetaire Instituut te worden, maar dat hij deze de uitnodiging had
afgewezen. Duisenberg zou wel de tweede president van het EMI kunnen
worden, zei Lubbers toen profetisch.











