\documentclass[11pt]{article}
\usepackage[dutch]{babel}
\usepackage{a4,bbm,latexsym,amssymb,mathrsfs}
\usepackage{bk0,bk1,bm,url}
\usepackage[mathscr]{euscript}
%\usepackage[matrix,arrow]{xy}
%\xyoption{curve}
%\CompileMatrices
%\usepackage[english]{babel}
\usepackage{geometry}   
\geometry{a4paper}    

%\newcommand\noi{\noindent}
%\newcommand\dotlessi{{\i}}
\title{Een model voor aspecten van het emotionele bewustzijn}

\author{Henk Barendregt\\ 
Radboud Universiteit Nijmegen}

\date{8 mei 2000}
\begin{document}
\maketitle
\section{Inleiding} 
Gebaseerd op ervaringen opgedaan tijdens intensieve vipassana
meditatie trainingen en op de traditionele (Theravada) boeddhistische
leer voor zover de ervaringen ontbraken, is in Barendregt [1996] een
model opgesteld voor zekere aspecten van de menselijke geest. Met name
worden de emotionele aspecten van de geest behandeld, met als
belangrijkste aandachtspunt het mechanisme van vrees en
begeerte--inclusief hun extreme waarden--en de bevrijding
ervan. Hoewel de theorie alleen maar in andere woorden de vier edele
waarheden weergeeft, is deze mogelijkerwijs toch van nut voor sommige
meditatoren en ook voor een wetenschappelijke onderbouwing van de
boeddhistische leer.

In dit artikel zal deze theorie kort weergegeven worden. Daarna wordt
het gehanteerde model iets verfijnd. Tenslotte  worden wegen
aangegeven waarlangs mogelijkerwijs een belangrijk deel van de
theorie volgens de natuurwetenschappelijke methode geverifieerd kan
worden. Van \'e\'en aspect van de theorie, welke handelt over het
nirwana, is het niet duidelijk hoe een volledige wetenschappelijke
onderbouwing mogelijk is. De these wordt uitgesproken dat het nirwana
de basis is van de `qualia' van het bewustzijn, waarvoor er tot nu toe
nog geen plaats in het natuurwetenschappelijke model gevonden is.

\section{Het model} 
De theorie in het geciteerde artikel wordt het `cover-up model' van de
menselijke geest genoemd. Het gaat over ons potenti\"ele bewustzijn,
dat wil zeggen over mogelijke bewustzijnstoestanden. Iemand die op een
bepaald moment geen jeuk heeft, kan dat later wel krijgen. Daarom is
`jeuk hebben' een potenti\"ele bewustzijnsinhoud. Voor iemand die op
een gegeven moment wel jeuk heeft is het een actuele
bewustzijnsinhoud. Het is van belang om de potenti\"ele
bewustzijnsinhouden goed te kennen, aangezien het soms beter is te
vermijden dat ze actueel worden en verder omdat ze een verborgen maar
sterke invloed op ons kunnen uitoefenen.

Het eerste axioma van het model geeft aan dat er in ons potenti\"ele
bewustzijn een bepaald fundamenteel proces zit. Het woord `proces'
duidt op het dynamische aspect van het verschijnsel. Eigenlijk zijn al
onze bewustzijnsinhouden processen, maar vaak beseffen we dat niet en
beschouwen we ze als statisch. Een nader onderzoek leert dat
bijvoorbeeld jeuk uit dynamisch wisselende bewustzijnsinhouden
bestaat. Het fundamentele proces, dat in de boeddhistische literatuur
wordt aangeduid met `de drie karakteristieken van het
bestaan\footnote{Daarmee wordt het fenomenologische bestaan bedoeld,
  het bestaan zoals zich dat aan ons voordoet.}', heeft drie
duidelijke eigenschappen. Het is chaotisch, ondragelijk en
onbeheersbaar\footnote{In het gedicht \emph{L'invitation au voyage}
  van Baudelaire, op muziek gezet door Duparc, wordt een
  tegenovergestelde bewustzijnstoestand beschreven \emph{Luxe, calme
    et volupt\'e}. Inderdaad, \emph{luxe} maakt ons leven gemakkelijk,
  het is het tegenovergestelde van onbeheersbaarheid; \emph{calme} is
  het tegenovergestelde van de fluctuerende chaos; \emph{volupt\'e}
  (prettig, wellustig) tenslotte is tegenovergesteld aan
  ondragelijk.}.  Voor de meditator is dat een grote tegenvaller: deze
had zich iets heel verhevens voorgesteld bij de drie karakteristieken
van het bestaan. De leraar had nota bene nog gezegd dat het belangrijk
was om deze als actueel bewustzijn mee te maken. Het proces is zo
negatief dat men het koste wat het kost wil vermijden.  Daar zijn we
niet toe in staat, ondanks dat het proces zich in onze `eigen' geest
afspeelt. Men gaat twijfelen aan het eigen onafhankelijke bestaan als
persoon.

Het tweede axioma van het model is dat het fundamentele proces,
afhankelijk van de omstandigheden, min of meer bedekt (onderdrukt) kan
worden, zodat het geen actueel bewustzijn meer is. Dit wordt in het
model voorgesteld door het proces voor te stellen als iets dat plaats
vindt in een vat met een doorzichtige rand. Daarbij vindt de
onderdrukking plaats door een `versluierende' vloeistof in het vat te
gieten, waarbij het proces geheel of gedeeltelijk wordt
ondergedompeld. Wordt het proces geheel bedekt, dan hebben wij het
plezierig; wordt het slechts gedeeltelijk bedekt, dan lijden
we. Wanneer wij honger krijgen, dan zakt de vloeistof ietsje; krijgen
we het ook nog koud, dan zakt ze verder; worden we daarna moe, dan
gaat de vloeistof naar een behoorlijk lager niveau. Als iemand dan
tenslotte ook nog iets onaardigs tegen ons zegt, dan kan het proces zo
zichtbaar worden, dat we iets m\'oeten doen. We moeten dan eten, een
trui aan trekken, gaan slapen of boos worden. In al deze gevallen zal
de vloeistof die het proces kan bedekken stijgen, zodat het proces uit
het actuele bewustzijn verdwijnt en we ons prettiger voelen.

Er zijn twee extreme waarden: het proces wordt geheel niet bedekt of
het proces wordt ruimschoots bedekt. Het eerste is de toestand van
walging, vergelijkbaar met die welke door Sartre [1938] in zijn
gelijknamige boek beschreven wordt. Het tweede is de toestand van
gelukzaligheid, zoals beschreven in de mystiek (of ook wel voorkomend
in de erotische liefde, zoals we bij Baudelaire zullen zien).

Het een en ander impliceert dat mensen koste wat het kost bepaalde
omstandigheden willen behouden: die welke gunstig zijn voor voldoende
veel bedekkende vloeistof. Het lijkt er op dat mensen aan hun
favoriete omstandigheden gehecht of zelfs verslaafd zijn. Dit is ook
zo, maar de uiteindelijke oorzaak is dat wij aan de versluierende
vloeistof verslaafd zijn. Dit valt het meest op bij mensen die drugs
gebruiken. Door hen wordt de `vloeistof' gewoon gekocht en
ingenomen. Omdat het menselijke lichaam de vergelijkbare stoffen dan
minder aanmaakt, zullen zij wanneer de stof is uitgewerkt in een
toestand komen, waarin het proces voor een groot gedeelte zichtbaar
is. Als enige uitweg wordt er dan weer nieuwe vloeistof gekocht en
ingenomen.

Het is minder bekend, dat er een even hardnekkige verslaving plaats
vindt in de meeste mensen: de verslaving naar de door ons lichaam zelf
aangemaakte vloeistof. Doordat de productie hiervan afhangt van
omstandigheden, zijn we dan weer `verslaafd' aan onze gewoontes, aan
ons gedrag. Dit gedrag hoeft niet altijd negatief te zijn. Sommigen
zijn gehecht aan voor de samenleving nuttig gedrag. Anderen zijn het
aan destructief gedrag. Maar in beide gevallen geldt de wet van het
karma: we willen doorgaan op een manier die we gewend zijn en die voor
ons de versluierende vloeistof produceert. De vloeistof waarmee het
proces verborgen wordt is daarmee in feite een symptomatisch
medicijn. We moeten het blijven slikken, want de ziekte wordt niet
genezen.

Het derde axioma van het model zegt dat er naast het symptomatische
medicijn, bestaande uit de bedekkende vloeistof, ook een andere manier
is om het proces aan te pakken. Dit echte medicijn bestaat uit de
ontwikkeling van een aantal mentale vaardigheden door middel van
meditatie oefeningen. Deze komen erop neer dat men rustig blijft,
zelfs tijdens momenten van onrust, dat men goed geconcentreerd de
verschijnselen in het actuele bewustzijn van een afstandje observeert
en tenslotte dat men bewust wordt van de zichzelf herhalende patronen
erin. Door bewustwording krijgt men inzicht, in het Pali\footnote{Taal
  waarin de klassiek boeddhistische teksten geschreven zijn.}
\emph{vipassana}.  Dit verklaart de naam van de meditatie
methode. Ontwikkelt men inzicht op de juiste manier, dan zullen deze
patronen op den duur ophouden en alleen pas weer beginnen, wanneer men
daar bewust een besluit over neemt. De `juiste manier' houdt in dat
alle aspecten van de zichzelf herhalende patronen duidelijk gezien
worden. Dat deze juiste manier niet meteen bereikt wordt komt omdat de
cyclus met emoties gepaard gaat. In feite vormen die emoties een
onderdeel van de cyclus. Ze worden echter vaak niet als zodanig
ervaren: ze voelen aan als een grondtoon, los van de
verschijnselen. Zodra we echter in voldoende detail zien dat de
emoties, en mogelijk ook andere effecten zoals reacties op die
emoties, deel uitmaken van de cyclus, dan zal het automatisme
stoppen. Daarmee is dan een stuk van het proces getemd. Op deze manier
gebeurt dit met een aantal `grove' cycli van het proces.

Pas daarna zal het proces, bestaande uit de drie fundamentele
karakteristieken van het bestaan, zich aan ons laten zien. Wanneer dit
voor het eerst gebeurt griezelen we meer dan in de beste horror
film. De reden is niet dat er een extern gevaar dreigt. De oorzaak
komt van binnen: wij zien dat het statische beeld als persoon, dat wij
van onszelf hadden, een illusie is en dat wij alleen uit een dynamisch
proces bestaan. Eenmaal hier aangekomen wil de student van de methode
ermee ophouden, maar wordt door de leraar aangespoord verder te gaan
met de meditatie oefeningen. De student blijkt door ophouden met de
oefeningen ook niet in staat te zijn het proces van zich af te
schudden. Daarom wordt het pad naar de eliminatie van kleinere en
grotere cycli uit het proces voortgezet. Net zoals in de beginfase
zijn daarbij vijf stoorzenders: haat (waaronder alle negatieve
bewustzijnsinhouden gerekend worden), begeerte, twijfel, rusteloosheid
en slaperigheid. Met de vijf helpers (vertrouwen, doorzetting,
aandacht, concentratie en analyse) worden de stoorzenders te lijf
gegaan. Het is een gevecht van jewelste. Iedere keer denkt de student
dat hij kan winnen. Dat blijkt echter niet te lukken. Pas wanneer deze
intentie los wordt gelaten wordt de slag gewonnen. Niet door de
student, maar wel ten gunste van de student.

Vroeg of laat kan men dan aankomen bij de hoofd-cyclus van het
proces. Deze is veel minder angstaanjagend dan de vorige. Pas wanneer
men de angst in zekere mate overwonnen heeft en in kalmte gelijkmoedig
en zelfs met een zeker extatisch gevoel nauwkeurig naar alles wat er
zich voordoet kan kijken, zonder in te grijpen in de verschijnselen,
kan men bij de hoofd-cyclus aankomen. De eliminatie ervan heeft een
onverwacht effect. Niet alleen houdt deze cyclus op, enkele
ogenblikken later (binnen een paar fracties van een seconden) houden
alle overgebleven cycli op te draaien. Als een gebreide trui worden ze
razendsnel uit elkaar getrokken. De cycli waaruit het proces bestond
komen niet meer terug.

Met de eliminatie van het proces is het pad van de zuivering van het
bewustzijn nog niet voltooid. Er blijken namelijk in totaal vier van
die fundamentele processen te zijn, die alle ge\"elimineerd moeten
worden. De opeenvolgende eliminatie ervan hebben volgens het model de
volgende mentale veranderingen tot gevolg. 1. Eliminatie van geloof in
gunstige bovennatuurlijke krachten, eliminatie van geloof in het zelf
als constante entiteit, en eliminatie van persoonlijke
onzekerheid\footnote{Die onzekerheid werd namelijk veroorzaakt doordat
  men de illusie van het zelf probeerde te verdedigen. Wanneer men
  niet meer in dat zelf gelooft, hoeft er ook niets meer verdedigd te
  worden en zo houdt de onzekerheid vanzelf op te bestaan.}.
2. Verdunning van haat en begeerte. 3. Eliminatie van haat en
begeerte. 4. Eliminatie van rusteloosheid, slaperigheid, verwaandheid,
gehechtheid aan het bestaan en onwetendheid. De eliminatie van
onwetendheid houdt in, dat er in het potenti\"ele bewustzijn geen
verborgen processen meer zijn die ons be\"{\dotlessi}nvloeden. Er is
echter ook geen normaal bewustzijn meer. Het enige dat overblijft is
het nirwana\footnote{Het woord nirwana betekent `geblust'. Deze
  betekenis veroorzaakt ook weer een aantal misverstanden bij
  mediterenden. Het klinkt negatief. Bedoeld wordt dat het `zwarte
  vuur' van de negatieve bewustzijnstoestanden geblust is.}, het
zuivere bewustzijn, zonder bewustzijnsinhoud\footnote{Om de lezer te
  helpen zich dit voor te kunnen stellen, geven we de volgende
  vergelijking. Men kan angst hebben en men kan verliefd zijn. Meestal
  is men ergens bang voor en meestal is men op iemand verliefd. Het
  kan echter ook voorkomen dat we een objectloze angst hebben. En op
  momenten dat we erg gelukkig zijn kan het voorkomen dat we
  objectloos verliefd zijn. In deze zin is het nirwana een objectloos
  bewustzijn.}. Nadat het vierde proces is ge\"elimineerd, moet men om
verder te kunnen leven een gedeelte van het proces weer
aanzetten. Doordat dit bewust gebeurt, kan het resulterende proces op
ieder willekeurig moment ook weer uitgeschakeld worden.

Tot zover de beschrijving van het cover-up model, in iets andere
woorden en soms meer gedetailleerd beschreven, maar niet wezenlijk
anders dan in Barendregt [1996].

\section{Verfijning van het model} 
\subsection*{Het eendimensionale cover-up model} 
Indien het cover-up model een
volledige beschrijving van de menselijke gemoedstoestanden zou zijn,
dan zouden deze een \'e\'endimensionale ruimte vormen (dat wil zeggen
door \'e\'en getal beschreven kunnen worden, namelijk de hoogte van de
bedekkende vloeistof). Door te onderscheiden of de bedekkende
vloeistof het proces al dan niet bedekt kan men van positief en
negatief bewustzijn spreken.

Dit is natuurlijk een simplificatie van de werkelijkheid. Op grond van
eenvoudige introspectie weten we dat er meerdere manieren zijn om een
positief of negatief bewustzijn te hebben. Er is energie om te werken
en er is verliefdheid; er is angst en er is haat.

Het cover-up model is echter wel een belangrijke \'e\'endimensionale
projectie van de potenti\"ele bewustzijn. De kracht van het proces is
zo dramatisch dat het gekend moet worden omdat het ons in grote mate
be\"{\dotlessi}nvloedt. Het verklaart onder andere waarom er
verslaving aan onze gewoontes is.

\subsection*{Het meerdimensionale model} 
De aanpassing aan het cover-up model bestaat hierin dat er nu
gepostuleerd wordt dat er verschillende soorten van cover-up
vloeistoffen zijn. We zouden kunnen zeggen dat ze verschillende
`kleuren' hebben. En hoewel dit weer een vereenvoudiging is kunnen we
in eerste instantie stellen dat de cover-up vloeistof positief,
neutraal of negatief gekleurd kan zijn. Hoewel dit weer een
\'e\'endimensionale beschrijving is, wordt de beschrijving van onze
gemoedstoestanden door samenwerking met de eerdere dimensie (het
niveau van de vloeistof) nu tweedimensionaal. De wekelijkheid zal vast
nog complexer zijn.

In het zo verkregen verfijnde cover-up model kunnen er nu minstens
negen vormen van mogelijke bewustzijnstoestanden beschreven
worden. Voor de bedekkende vloeistof kan men alle mogelijke keuzes uit
de `kleuren' $\{$positief, neutraal, negatief$\}$ met die uit de
niveaus $\{$ruim dekkend, net dekkend, niet dekkend$\}$
combineren. Dat niveau van de bedekkende vloeistof zou men met de
intensiteit van het gevoel kunnen vergelijken. Er ontstaan dan negen
situaties. Met een beetje creatieve fantasie kunnen de volgende
voorbeelden van mogelijke bewustzijnstoestanden gegeven worden.
\begin{center}
\bfig
%egin{figure}
\begin{tabular}{|c|c|c|c|}
\hline
&ruim dekkend& net dekkend& niet dekkend\\ 
\hline
+& workaholic,& gewoon prettig&gevorderd meditatief\\
&verliefd, manisch& &\\
\hline
0& mystiek& gewoon neutraal& meditatief\\
\hline
$-$&sadomasochistisch,& gewoon onprettig& ondragelijk, overspannen,\\
&fobisch, hatend, depressief&& gedepersonaliseerd\\
\hline\end{tabular}
\figcaption{Vormen van bewustzijn}
\efig
%nd{figure} 
\end{center}
In het vakje (+, ruim dekkend)---waarbij de vloeistof dus met een
positief gevoel correspondeert en het proces ruim bedekt---worden als
voorbeeld gegeven de bewustzijnstoestanden van iemand die workaholic,
verliefd of manisch is. Inderdaad `positieve' bewustzijnstoestanden
met een zekere stabiliteit vanwege de ruime dekking. Het mystieke
bewustzijn kan geclassificeerd worden onder het vakje (0, ruim
dekkend). Bij ($-$, ruim dekkend) hoort een bewustzijn dat negatief
maar relatief stabiel is. Als voorbeelden worden het
sadomasochistische, fobische en depressieve bewustzijn genoemd. De
drie vakjes in de kolom (net dekkend) beschrijven het bekende
alledaagse bewustzijn. De laatste kolom beschrijft het bewustzijn
waarin het proces gezien wordt. Dat gebeurt meestal op een negatieve
manier (en er ontstaat een ondragelijk, overspannen of
gedepersonaliseerd bewustzijn). Wanneer men een meditatief bewustzijn
heeft dan kan men het proces met een zekere gelijkmoedigheid
ondergaan; dit wordt bedoeld in het vakje (0, niet dekkend). Tenslotte
slaat het vakje (+, niet dekkend) op het bewustzijn waarin men het
proces ziet, maar waarin men dat in rust en met een verheven
bewustzijn doet. Deze toestand is zelfs een nodige voorwaarde om het
proces te laten stoppen.

Tijdens de uitleg van het cover-up model hierboven stelden we dat
wanner wij honger hebben, het koud hebben gekregen en moe zijn worden,
de vloeistof behoorlijk gedaald is. Als tenslotte iemand ook nog iets
onaardigs zegt, dan moeten wij eten, een trui aantrekken, slapen of
boos worden. In alle vier gevallen zal de vloeistof stijgen. Het is
duidelijk dat de stijging veroorzaakt door eten, een trui aan trekken
of slapen een positief effect op ons heeft. De stijging veroorzaakt
door boos worden heeft--ondanks dat het proces weer bedekt wordt--een
negatief effect. De toestand waarin het proces bedekt is werd echter
in Barendregt [1996] als `prettig' bewustzijn (\emph{desire})
omschreven. Dit lijkt een tegenspraak te zijn: boosheid is in strijd
met een prettig bewustzijn. Wij hebben hier echter met een van de
bekende didactische moeilijkheden van het boeddhisme te maken welke
nadere aandacht verdient. De benamingen positief, neutraal en negatief
zijn conventionele aanduidingen. Verliefdheid wordt meestal een
positief gevoel genoemd; boosheid een negatief gevoel. Vanuit een
oppervlakkige observatie zal een mystiek bewustzijn als neutraal
bestempeld kunnen worden: men is vrij van vrees en begeerte. Vanuit
subjectief gezichtspunt wordt een intens gevoel vaak als prettig
ervaren. `Het is soms best lekker boos te kunnen zijn'. Het
sadomasochisme wordt conventioneel gezien als een vorm van pervers
gedrag, maar vanuit het subjectieve gevoel van een beoefenaar is het
ongetwijfeld prettig. Zelfs een depressie kan als `prettig' aanvoelen,
omdat het bekend terrein is. Voor fobische pati\"enten is de toestand
van angst weliswaar niet gewenst, maar ze krijgen weer een zekere
greep op zichzelf en de omstandigheden door het object van de fobie te
vermijden. Daarmee voorkomen zij het ondragelijke aspect van het
proces. Anderen doen bovendien juist graag mee aan gevaarlijke sporten
waar angst een belangrijke rol in speelt.

Vanuit boeddhistisch standpunt wordt ieder gedrag, dat het niveau van
de bedekkende vloeistof verhoogt, `verlangen' genoemd. Daar wordt dan
wel onmiddellijk bij gezegd, dat dit `verlangen' niet tot echte
vreugde leidt, maar de oorzaak van lijden is. Het ware geluk zit niet
in de waan van het gevoel, of het nu positief, negatief of zelfs
neutraal is, maar in de vermindering van het proces. De bedekkende
vloeistof is dan niet meer nodig en men is vrij (van de
omstandigheden). Daarom is zowel het zich prettig voelen door de
positieve vloeistof `lust', als door de negatieve vloeistof `boosheid'
een oneigenlijke prettige toestand. Deze is gebaseerd op de illusie
van beheersing van de omstandigheden. De juiste prettige toestand
wordt verkregen door ``de verfrissende koelte van het nirwana'', waarbij 
de symptomatische cover-up niet meer nodig is.

\subsection*{Aanwijzingen voor het meerdimensionale model} 
Een belangrijke aanwijzing voor het aangepaste cover-up model is de
beschrijving in Barendregt [1988] van het volgende fenomeen. Tijdens
de gedepersonaliseerde toestand bleek er een `nooduitgang' te
zijn. Het was mogelijk om ogenblikkelijk een stabiel bewustzijn te
krijgen, wanneer er een bepaald sterk gevoel opgeroepen werd. Daarna
werd het gevoel een integraal bestanddeel van de resulterende stabiele
bewustzijnstoestand. De eerste keer was er een lustgevoel. Er ontstond
inderdaad een stabiel bewustzijn, maar met interessante
afwijkingen. Bij het opscheppen van het eten werd steeds teveel
genomen--ondanks dat de `eigenaar' van het bewustzijn dit niet
wilde. Het stabiele bewustzijn gebaseerd op lust werd daarom gezien
als onwenselijk en werd afgebroken. Er trad toen een nieuwe
depersonalisatie op. De tweede nooduitgang was gebaseerd op
angst. Niet omdat deze emotie bewust opgeroepen werd; de angst
verscheen `vanzelf' omdat depersonaliseren geen pretje is. Het
stabiele bewustzijn van een fobicus was het resultaat\footnote{Hiermee
is de hypothese van mijn vader Barendregt [1982] fenomenologisch
gestaafd. Deze hypothese komt erop neer dat fobi\"een ontstaan als
cover-up van een depersonalisatie. Dat depressie een andere mogelijke
cover-up is heb ik niet ervaren, maar is een nieuwe hypothese.}. Na
dit bewustzijn geobserveerd te hebben werd het afgebouwd. Weer trad
een depersonalisatie op. De natuurlijke reactie was deze keer
boosheid: ``Houdt dit [depersonaliseren] dan ook nooit op!'' Er
resulteerde ogenblikkelijk een stabiel bewustzijn vol boosheid. Dat
werd ook afgebouwd en een stabiel bewustzijn gebaseerd op
opmerkzaamheid werd ontwikkeld. Dat was veel prettiger, maar het
duurde een stuk langer om dit te bereiken.

De genoemde verschijnselen vormen geen echt bewijs dat het
meerdimensionale cover-up model correct is; ze maken het model wel
plausibel. De juistheid zal op een andere manier onderzocht moeten
worden.

\subsection*{Compressie van het proces} 
Naast de verfijning van het model nog een andere toevoeging. In
Barendregt [1996] wordt de bewustzijnstoestand `vruchten van het pad',
bekend uit het klassieke boeddhisme, gelijkgesteld in het cover-up
model aan die toestand waarin een proces net verdwenen is en een
redelijk laag vloeistof niveau gemakkelijk de overgebleven
processen---die nog in gecomprimeerde vorm aanwezig zijn---ruimschoots
bedekt. Daarna moet het volgende proces toegestaan worden de plaats in
te nemen van het oude reeds ge\"elimineerde proces om er aan te gaan
werken. Men verliest daarbij de vruchten van het pad. Dat wil zeggen
dat er dan een veel minder mooi bewustzijn ontstaat: het proces dat
overwonnen was leek terug te zijn (maar dat is niet zo, het is het
volgende proces). In de literatuur van het boeddhisme staat beschreven
dat men kan wensen dat dat nieuwe proces alleen tijdelijk groot wordt
ten behoeve van de verdere zuivering. Houdt men dan weer voor een
periode op met het meditatie werk, dan zal het nieuwe proces weer de
gecomprimeerde plaats innemen, waar het ook was tijdens de eerste
toestand van `de vruchten van het pad'. Het is aan te raden deze
procedure te volgen, omdat men dan in de tussentijd dat men niet
mediteert een zuiverder bewustzijn heeft.

\section{Onderbouwing} 
Ten aanzien van het cover-up model zijn er de volgende
wetenschappelijke vragen, die om klassiek\footnote{In tegenstelling
tot de empirische fenomenologie toegepast in Barendregt [1988] en
[1996].} empirische verificatie vragen.

\noindent\begin{enumerate} 
\item Het proces. Bestaat het en hoe werkt het? 
\item De cover-up. Bestaat het en hoe werkt het? 
\item  Zuivering van de geest. Bestaat het en hoe
werkt het?
\item  Nirwana. Bestaat het en hoe werkt het? 
\end{enumerate}

\noindent 
Deze vragen zullen nog nader geoperationaliseerd moeten worden. Samen
met de verificatie ervan zullen onderzoekers hierdoor beziggehouden
worden voor een belangrijk deel van de 21-ste eeuw. Wellicht is er
zelfs meer tijd nodig. Niet bezwaard door het moeten opbouwen van een
carri\`ere in de cognitiewetenschap of de neurofysiologie durf ik een
aantal speculatieve kwalitatieve vermoedens uit te spreken.

\subsection*{Het proces} 
Er is veel computationele kracht nodig om het menselijke
bewustzijn draaiende te houden. Het is vergelijkbaar met wat een
moderne computer doet door middel van zijn operating systeem. Hoewel
de onderliggende neurale mechanismes van de hersenen van de mens
minder snel werken dan de hardware in een computer, is de bandbreedte
van onze input toch zeer groot. Onze zintuigen, met name de ogen,
hebben een hoge graad van parallelliteit. Nu is het zo dat wanneer een
computer nuttig werk doet, de gebruiker niet kan waarnemen wat er
`onder water' gebeurt. Zouden de bitpatronen wel zichtbaar zijn, dan
is het systeem meestal `gecrashed'.

These: \emph{Tijdens de waarneming van het proces hebben 
wij toegang tot een laag niveau van onze neurale activiteit.}

Hiermee worden de drie aspecten van het proces verklaard. Immers, dat
lage niveau zal zeker chaotisch verlopen vanwege de reeds genoemde
hoge bandbreedte van onze zintuigen. Verder hebben wij dat niveau niet
in de hand, evenmin als dat een computer, die bijvoorbeeld een fabriek
op geordende wijze aan het sturen is, in de hand heeft welke
bit-stromen er door hem lopen. Tenslotte licht het voor de hand dat er
sterke mechanismes in ons zijn, die willen voorkomen dat wij onze
neurale activiteit op laag niveau kunnen zien. Dit verklaart het
`ondraagbare' aspect ervan. Wellicht is het mogelijk en zinvol om een
mediterende die het proces waarneemt te scannen met behulp van een van
de moderne apparaten, waarmee in het levende brein gekeken kan worden.

\subsection*{De cover-up} 
Wat zouden de mechanismen kunnen zijn om ons bewustzijn af te schermen
van de minder zinvolle informatie die aanwezig is in het proces? In de
neurofysiologie kent men als mechanisme voor de overdracht van
informatie tussen neuronen het oversturen van chemische boodschappers
over een kleine afstand bij de uiteinden (synapsen). Deze zogenaamde
synaptische overdracht gaat zeer snel en is in staat een signaal te
versterken of te verzwakken. Daarnaast kent men de zogenaamde volume
overdracht, waarbij verschillende soorten chemische boodschappers over
langere afstanden door de hersens stromen en op afstand hun werk
doen. Dat werk kan bestaan uit een modificatie van de synaptische
overdracht; hierdoor kunnen signalen zelfs gestopt worden.

These: \emph{Volume overdracht is het mechanisme dat het proces op
verschillende manieren onderdrukt. De vele chemische boodschappers die
hiervoor mogelijk zijn bepalen de vele kleuren van de cover-up
vloeistof.}

Wellicht is het mogelijk om mediterenden te onderzoeken tijdens
verschillende fasen van hun meditatie en aan te tonen dat de
concentratie van chemische boodschappers in belangrijke mate afhangt
van de bewustzijnsfasen waarin zij zich bevinden. De algemeen bekende
relatief lange tijd waarmee een emotie beklijft is consistent met de
afbraaktijd van sommige chemische boodschappers. De rol van de
liquor\footnote{Een vloeistof die door holtes in het brein stroomt en
  in kontakt staat met belangrijke schakel-centra.} (cerebrospinal
fluid, CSF) kan wellicht belangrijk zijn voor de volume
overdracht. Fenomenologische evidentie hiervoor is het
volgende. Tijdens het superbewustzijn, beschreven in Barendregt
[1988], is men in een toestand waarin sterke pijn nog wel goed
voelbaar is, maar niet meer als erg ervaren wordt. Hetzelfde
verschijnsel treedt op wanneer er endorfine in de liquor wordt
ingebracht.

%%%
Het is bekend uit het leven dat een emotie snel omgezet kan worden in
een andere `tegengestelde' emotie. Verliefdheid kan jaloezie worden;
een manie kan overgaan in een depressie en andersom. Het zou mooi zijn
als dit verschijnsel uiteindelijk verklaard kan worden uit
concentratieverschuivingen tussen de verschillende chemische
boodschappers die een rol spelen in de volume overdracht.

\subsection*{De zuivering} 
Meditatieoefeningen lijken zeer eenvoudig: opletten op de
gewaarwording van het ademhalen tijdens het zitten en op de
gewaarwording van de voetstappen tijdens het lopen. Hoe kan het nu zo
zijn, dat deze oefeningen een zuiverend effect hebben? In
werkelijkheid zijn de oefeningen meer complex. Men moet met de juiste
aandacht opletten op de verschillende componenten van het bewustzijn:
input, gevoel, cognitie en output. Op alles wat er zich maar
voordoet. Daarbij is het belangrijk toeschouwer te zijn en de loop der
gebeurtenissen niet te be\"{\dotlessi}nvloeden. Omdat de zithouding
niet prettig is (men zit met opgevouwen benen en dat gaat pijn doen)
blijkt dat een behoorlijke opgave te zijn.

Het is bekend dat de hersenen plastisch zijn. Door het aanmaken van
nieuwe neurale verbindingen kunnen nieuwe circuits ontstaan. Dit
gebeurt bijvoorbeeld wanneer wij een nieuwe mechanische beweging
(zoals fietsen) gaan leren. Schuin door de bocht fietsen is een
moeilijke opgave waar onze hersenen echter al op jonge leeftijd goed
toe in staat zijn. De meditatieoefeningen richten zich op de snel
wisselende fenomenen welke voortdurend aanwezig zijn. Uiteindelijk zal
men op deze manier het proces met de drie eigenschappen zien. De
bedoeling van dit alles is dat het mechanisme van het lijden begrepen
wordt. Het uitgangspunt daarbij is dat het lijden in ons aangemaakt
wordt; door het intu\"{\dotlessi}tief te begrijpen kunnen we het
wellicht verminderen of zelfs uitschakelen. Deze vorm van begrijpen is
niet rationeel. Een vijfjarig kind dat kan fietsen zal de wetten van
de mechanica waarmee een mooie bocht gemaakt wordt niet rationeel
begrijpen. Maar op intu\"{\dotlessi}tief niveau begrijpt hij of zij
perfect hoe schuin je door de bocht kunt fietsen zonder te vallen. Het
is dit intu\"{\dotlessi}tieve begrip van het mechanisme van het lijden
waarnaar het onderzoek van de meditator op gericht is. Wanneer wij
rustig en met overgave naar het proces kijken is het mogelijk, dat er
een zodanig terugkoppelingsmechanisme ontwikkeld wordt, dat de
automatismes verbroken worden.

Het zal moeilijk zijn om de precieze werking van deze zuivering
wetenschappelijk vast te leggen, omdat het terugkoppelingsmechanisme
subtiel is. Evenzo zal het moeilijk zijn om een verschil te zien
tussen een brein dat kan fietsen en hetzelfde brein toen het nog niet
kon fietsen. Maar het effect van de zuivering is wellicht
gemakkelijker aantoonbaar. Het waarnemen van het proces is namelijk
zeer dramatisch. Na de zuivering zal er wellicht een duidelijk
meetbare verminderde neurale activiteit zijn, terwijl de proefpersoon
toch onder dezelfde omstandigheden verkeerd.

These: \emph{De juiste aandacht kan gewoontes, vastgelegd in neurale
  circuits, doorbreken en heeft als zodanig een zuiverende werking op
  het bewustzijn. Iemand die op een gegeven moment een proces
  ge\"elimineerd heeft, bezit een meetbaar andere hersenactiviteit dan
  daarvoor.}

Andere evidentie voor de effectiviteit van de ontwikkeling van
aandacht komt van Kabat-Zinn [1991]. Hierin wordt beschreven hoe de
methode gebruikt kan worden voor verschillende vormen van
psychotherapie.

\subsection*{Het nirwana} 
Dit betreft het meest originele aspect van het boeddhisme (en het
cover-up model): er is een volkomen zuiver bewustzijn. Dit lijkt
welhaast onmogelijk. Men zal best willen aannemen dat een zekere
verbetering van het bewustzijn tot de mogelijkheden behoort, maar dat
men hierin een hoogste graad kan bereiken lijkt op zijn zachts
uitgedrukt verwaand. Dit heeft te maken met weer een andere
didactische moeilijkheid van het boeddhisme. In deze leer zegt men
vaak: ``Er wordt helemaal niets bereikt". Het werkt vaak verwarrend
voor de student, maar de uitleg is eenvoudig. De zuivering van de
geest bestaat niet uit het verzamelen van aantekeningen voor goed
gedrag, maar uit het uitdoven van de oorzaak van slecht gedrag. Daarom
is de volledig gezuiverde geest geen maximale toestand; het is een
minimale toestand en dus haalbaar.

Het zal zeker interessant zijn een brein te scannen dat alle vier
processen heeft uitgedoofd. Zo'n brein is alleen moeilijk te
vinden\footnote{Dit in twee betekenissen: de bezitters ervan zijn
schaars en verder zijn zij moeilijk detecteerbaar; het is moeilijk aan
hen te zien dat zij het werk voltooid hebben.}. Vroeg of laat zal er
vast wel iemand die het pad voltooid heeft, door zijn leraar naar een
scan gestuurd worden, zeker nu er actieve belangstelling bestaat
vanuit het boeddhisme---onder andere bij de huidige Dalai Lama---voor
de westerse wetenschap, en andersom.

Ook al kan het nirwana als toestand van maximale zuiverheid begrepen
worden, er blijft een fundamenteel probleem dat een beter begrip van
het nirwana in de weg staat. Tijdens de toestand van het nirwana
blijft er een vorm van objectloos bewustzijn over. Om echter verder te
leven moet men weer een (klein) proces bewust aanzetten. Men lijdt dan
weer, maar men kan dan wel bijvoorbeeld naar de bakker gaan en andere
nuttige handelingen verrichten. Waarschijnlijk draait er tijdens de
toestand van het nirwana nog een klein mini operating system. Dit is
vereist om weer een proces aan te zetten, dat nodig is om verder te
leven. Het zou overigens zo kunnen zijn dat dit mini systeem niet van
neurale oorsprong is maar gecodeerd wordt in een aantal lichaamlijke
processen.

Maar daar ligt het probleem niet. De vraag is hoe het nirwana, een
objectloos bewustzijn, tot stand komt. Dit is volkomen onduidelijk. Op
zichzelf is er een filosofische behoefte aan een dergelijk begrip. Wij
raken hier het `moeilijke' bewustzijnsprobleem (\emph{the hard
  problem}, zie Chalmers [1996]). Het `gemakkelijke'
bewustzijnsprobleem bestaat uit de opgave van het vinden van een
(neuro)fysiologische beschrijving en verklaring van de volledige
werking van de menselijke hersenen en van ons gedrag. Hoewel de
mensheid er waarschijnlijk nog minstens een paar honderd jaar voor
nodig heeft om dit probleem op te lossen, is het in principe denkbaar
dat het gebeuren kan. Het moeilijke bewustzijnsprobleem is dan echter
nog niet noodzakelijkerwijs opgelost. Want ook al wordt de
activiteiten van de hersenen volledig begrepen, dan zouden deze ook
`in het donker' plaats kunnen vinden: zonder dat er bewustzijn is. Wij
hebben echter de indruk dat ons bewustzijn `echt' is. Het moeilijke
bewustzijnsprobleem, stelt ten aanzien van die indruk de vraag hoe het
komt dat wij dat echte bewustzijn hebben (of denken te hebben). Het
gemakkelijke probleem lost de vragen op tot op het niveau
vergelijkbaar met dat van een digitale videorecorder gekoppeld aan een
computer. Bij ons lijkt het dat er meer gebeurd en de vraag is of dat
zo is en wat dat dan is.

Men kan ten aanzien van het moeilijke probleem ook de houding hebben
dat een voldoende hoge opstapeling van cognitieve processen---zeg maar
een videorecorder met voldoende computerkracht erachter---vanzelf een
bewustzijn cre\"eert dat als echt aanvoelt. Dat met andere woorden het
moeilijke probleem een schijnprobleem is en dat er alleen het
`eenvoudige' probleem is (dat al moeilijk genoeg is). Zie bijvoorbeeld
Dennett [1992] voor een dergelijke houding. Andere filosofen, en de
meeste leken, vinden deze houding op grond van introspectie
onaanvaardbaar. Het door ons beleefde bewustzijn heeft kwaliteiten van
echtheid (de zogenaamde `qualia'), waarvan men zich niet kan
voorstellen dat een computer, met hoeveel lagen van terugkoppeling dan
ook, deze kan bezitten. Na lang beraad heb ik de neiging---meer durf
ik niet te zeggen---mij aan te sluiten bij deze laatste groep\footnote{Maar ik
houd me niet (meer) met het harde bewustzijnsprobleem bezig.}.

Vanuit de stellingname, dat er een duidelijk maar ongrijpbaar
bewustzijn is dat tot nu toe niet in het huidige
natuurwetenschappelijke wereldbeeld ingepast kan worden, is de
volgende these aanlokkelijk.

These: \emph{Het nirwana, in de zin van een objectloos bewustzijn, is
de onderliggende basis voor het menselijke bewustzijn met zijn
qualia. Het is voor alle mensen gelijk, maar iedereen gebruikt het op
een gedifferenti\"eerde manier voor zijn of haar persoonlijke
bewustzijn.}

Men kan denken aan digitale foto's, welke de verschillende
persoonlijke vormen van bewustzijn voorstellen, die door een en de
zelfde lichtbron `tot leven' worden gebracht, wanneer ze op een scherm
geprojecteerd worden.

Het is volstrekt niet duidelijk wat voor verschijnsel het nirwana
is. Op zichzelf is dat geen bezwaar: zo kennen we ook ons bewustzijn
van minuut tot minuut, zonder te kunnen zeggen wat het is. Maar
uiteindelijk zal er een incorporatie moeten komen van het nirwana
binnen het natuurwetenschappelijke wereldbeeld, dat daarbij
waarschijnlijk aangepast zal moeten worden. Hoe dit gebeuren moet is
nog volstrekt onduidelijk.

\section*{Referenties} 
Barendregt, H.\ P. [1988]. \emph{Buddhist phenomenology}, in:
M.\ dalla Chiara (ed.), {\bf Proceedings of the Conference on Topics
  and Perspectives of Contemporary Logic and Philosophy of Science},
Clueb, Bologna, pp. 37-55. URL:
\url{<ftp://ftp.cs.kun.nl/pub/CompMath.Found/bp1.pdf>}.\\[-.5em]

\noi Barendregt, H.\ P. [1996]. \emph{Mysticism and beyond, Buddhist 
Phenomenology II}, {\bf The Eastern Buddhist}, new series, vol. XXIX,
pp. 262-287. URL:
\url{<http://www.cs.ru.nl/~henk/BP/bp2.html>}.\\[-.5em]

\noi Barendregt, J.\ T. [1982]. \emph{Fobi\"een en verwante angsten}, 
In: {\bf De zielenmarkt}, Boom, Meppel, chapter 11.
Engelse vertaling: URL \url{<ftp://ftp.cs.kun.nl/pub/CompMath.Found/JTBarendregtFobias.pdf>}.\\[-.5em]

\noi Chalmers, D.\ J. [1996]. 
\emph{The conscious mind}, Oxford University Press.\\[-.5em]

\noi Dennett, D. [1992]. \emph{Consciousness explained}, Penguin.\\[-.5em]

\noi Kabat-Zinn, J. [1991].  \emph{Full Catastrophe Living}, 
Dell. \\[-.5em]

\noi Sartre,
J.-P. [1938]. \emph{La Naus\'ee}, Gallimard.
\end{document}
